Voor allebei lastig
De manier waarop mensen met autisme omgaan met oogcontact kan dus door hunzelf als lastig worden gezien omdat ze met het oogcontact worstelen tijdens een gesprek, en dit gesprek ongemakkelijk kan verlopen door hun oogcontact. Dat de gesprekspartner ook kan vinden dat het oogcontact van iemand met autisme verstorend werkt op het contact is ook lastig. Daarnaast kan een ander negatief gevolg zijn dat het oogcontact van iemand met autisme anders wordt geïnterpreteerd dan hoe diegene het bedoelde. Om daarvan nog een paar voorbeelden te geven. Het kan zijn dat iemand met autisme solliciteert op een baan. En dat diegene na het sollicitatiegesprek wordt afgewezen omdat diegene te veel wegkeek en ‘dus geen interesse toonde’. Of dat iemand met autisme gaat daten en onbedoeld de ander aanstaart wat onprettig voelt voor de ander. En waardoor de ander beslist om maar niet verder te gaan met daten. In al deze gevallen is het oogcontact van degene met autisme lastig voor hunzelf, maar ook voor de gesprekspartner (de HR-medewerker van het sollicitatiegesprek, de date, enzovoorts). Namelijk dat omdat ze elkaar niet goed begrijpen, dit prettig contact in de weg zit. Dit elkaar niet goed begrijpen wordt trouwens ook wel het ‘double empathy problem’ genoemd2.
[2] Milton, D. E. M. (2012). On the ontological status of autism: the ‘double empathy problem.’ Disability & Society, 27(6), 883–887. https://doi.org/10.1080/09687599.2012.710008