Overslaan en naar de inhoud gaan

Moeiten

Oogcontact kan tot mooie dingen leiden, zoals dat je de ander beter kunt gaan begrijpen en dat je relatie met iemand groeit. Maar oogcontact kan helaas ook voor problemen zorgen, zoals wanneer mensen elkaars oogcontact niet begrijpen.

“De gesprekspartner kan dan denken dat degene met autisme geen interesse heeft in het gesprek, terwijl het tegenovergestelde juist waar is.”

Moeiten bij autisme

Dat komt bijvoorbeeld voor bij mensen met autisme en degenen met wie ze in gesprek zijn. Mensen met autisme kunnen het namelijk moeilijk vinden om te bepalen hoe ze zelf hun oogcontact moeten doen en wat ze ‘moeten’ met het oogcontact van anderen. Omdat het lastig voor ze kan zijn om te bepalen wat een blik van iemand betekent en wat de ander daarmee voor bedoelingen heeft. Uit onderzoek blijkt dat mensen met autisme oogcontact niet gebruiken om iets te zeggen of om de relatie te beïnvloeden. Maar dat zij vooral met oogcontact bezig zijn om ‘normaal’ over te komen, door proberen te voldoen aan de regels voor oogcontact zoals de ander het waarschijnlijk belangrijk zal vinden1. Om niet ‘autistisch’ over te komen, om het zo maar te zeggen.

Dit zorgt er voor dat veel mensen met autisme tijdens gesprekken hard aan het werk zijn om het oogcontact van hunzelf en van de ander zo min mogelijk een negatieve rol te laten spelen in het contact. Je kunt je voorstellen hoe lastig het voor ze kan zijn om hiermee om te gaan, vooral omdat er zoveel variaties zijn in hoe mensen met oogcontact omgaan. Daardoor kan het ook lastig zijn voor mensen met autisme om te bepalen wanneer hun eigen oogcontact door de ander wordt geaccepteerd: wat de ander voor regels gebruikt voor oogcontact. Oogcontact kan daarom voor mensen met autisme een fijn contact met iemand anders erg in de weg zitten.


[1] Boer, J., Boonstra, N., Kronenberg, L. et al. Autistic eye contact? A hermeneutic phenomenological multicenter study of the similarities and differences in eye-contact experiences between adults with and without autism. J Neurodevelop Disord 18, 2 (2026). https://doi.org/10.1186/s11689-025-09663-z

Moeiten voor de gesprekspartner

Voor de gesprekspartner kan het oogcontact van iemand met autisme ook lastig zijn. Mensen zonder autisme, in tegenstelling tot mensen met autisme, staan over het algemeen niet bewust stil bij oogcontact. Ze voelen aan hoe oogcontact hoort te gaan in verschillende situaties, zoals op een verjaardag, met de buurvrouw, op het werk, enzovoorts. Als gesprekspartners niet weten dat iemand autisme heeft, kunnen allemaal verkeerde (en negatieve) interpretaties worden gedaan. Zo kan het gebeuren dat iemand met autisme tijdens het praten wegkijkt om zich beter te kunnen concentreren op wat er wordt gezegd. De gesprekspartner kan dan denken dat degene met autisme geen interesse heeft in het gesprek, terwijl het tegenovergestelde juist waar is. Maar daardoor werkt het oogcontact van iemand met autisme dan ook voor de gesprekspartner verstorend op het contact.

Voor allebei lastig

De manier waarop mensen met autisme omgaan met oogcontact kan dus door hunzelf als lastig worden gezien omdat ze met het oogcontact worstelen tijdens een gesprek, en dit gesprek ongemakkelijk kan verlopen door hun oogcontact. Dat de gesprekspartner ook kan vinden dat het oogcontact van iemand met autisme verstorend werkt op het contact is ook lastig. Daarnaast kan een ander negatief gevolg zijn dat het oogcontact van iemand met autisme anders wordt geïnterpreteerd dan hoe diegene het bedoelde. Om daarvan nog een paar voorbeelden te geven. Het kan zijn dat iemand met autisme solliciteert op een baan. En dat diegene na het sollicitatiegesprek wordt afgewezen omdat diegene te veel wegkeek en ‘dus geen interesse toonde’. Of dat iemand met autisme gaat daten en onbedoeld de ander aanstaart wat onprettig voelt voor de ander. En waardoor de ander beslist om maar niet verder te gaan met daten. In al deze gevallen is het oogcontact van degene met autisme lastig voor hunzelf, maar ook voor de gesprekspartner (de HR-medewerker van het sollicitatiegesprek, de date, enzovoorts). Namelijk dat omdat ze elkaar niet goed begrijpen, dit prettig contact in de weg zit. Dit elkaar niet goed begrijpen wordt trouwens ook wel het ‘double empathy problem’ genoemd2.


[2] Milton, D. E. M. (2012). On the ontological status of autism: the ‘double empathy problem.’ Disability & Society, 27(6), 883–887. https://doi.org/10.1080/09687599.2012.710008